Robert Tettelaar:

‘Met ons mentoraat bieden we een leerproces’

Robert Tettelaar is medeoprichter en manager van het ADR-register, naast het MfN-register het ándere grote kwaliteitsregister voor mediators. Hij vertelt over wat hem bewoog het ADR-register te starten en wat zijn ambities hiermee zijn. Mediation is geen echt beroep, meent hij. De meeste mediators ontberen bovendien ondernemersvaardigheden. De MfN is niet onafhankelijk en dwarsboomt bovendien het ADR-register. Het huidige kwaliteits- en toetssysteem van de MfN is dichtgetimmerd en functioneert niet goed, aldus Tettelaar. Het is tijd om het open te breken.

interview

Door Judith Stoop
Foto’s: John van Hamond

Wat is jouw persoonlijke ervaring met mediation?

Ik kom uit een scheepvaartnest en heb veel ervaring opgedaan als arbiter. In de scheepvaart wordt veel van arbitrage gebruikgemaakt. Ik schat dat daar meer kwesties naar arbitrage gaan dan naar de rechtbank. Ik hou ervan als dingen worden opgelost. Dat betekent dat mensen verder kunnen. Zo kwam ik in aanraking met mediation, als een techniek ondersteunend aan arbitrage. In 1997 deed ik de basisopleiding mediation. Dat waren de beginjaren van mediation. We waren toen ook nog niet behept met discussies over ‘wat is nou een mediator?’ en ‘ben je aanhanger van de ene of andere stroming?’ Het NMI bestond pas net. Destijds was dat een warm bad. Je kon er gewoon binnenlopen en antwoorden krijgen. Ook met Paul Walters, de directeur van het NMI destijds, kon je over zaken praten. Het was een heel toegankelijke club mensen.


Het klinkt romantisch.

De fun was in die tijd dat we het met z’n allen deden. Er werd niet ingewikkeld gedaan. Ik ga het niet zalig verklaren, maar wat ik mee wil nemen voor het gesprek van vandaag is: toen gold – in mijn herinnering – en iedereen was zich er heel erg van bewust, dat als je werk wilt, je moet zorgen dat je werk krijgt. Dat is je eigen verantwoordelijkheid.


NMI = Nederlands Mediationinstituut (de voorloper van de MfN)
MfN = Mediatorsfederatie Nederland
FAS = vereniging Familierecht Advocaten Scheidingsmediators
NIP = Nederlands Instituut van Psychologen
NMv = Nederlandse Mediatorsvereniging
ADR = Alternative Dispute Resolution

Dat is nog steeds zo, toch?

Nee. Ik vind dat er nu een hele grote groep is die zegt dat ze mediators zijn. En misschien zijn ze het ook wel. Maar ze kijken vooral naar anderen om te vragen waar het werk vandaan komt. Het ontbreekt aan ondernemersvaardigheden. Ze kijken apathisch naar de overheid en verwachten dat die het manna uit de hemel gaat brengen. Dat is niet fout, maar het zegt iets over hun houding. Mediation in de markt zetten moet gebeuren vanuit een eigen verantwoordelijkheid. Dat kun je samen met stakeholders doen, je kunt hulpbronnen aanboren, alles kan. Maar ten opzichte van de beginjaren mis ik de pioniersgeest die er toen eigenlijk bij het hele NMI-bestand was.


Het NMI was klein genoeg om het met elkaar te doen?

Dat is grappig. Ik geloof in bedrijfskunde en ook in upscalen. Dus ik geloof dat het zo nog steeds kan. Maar alles valt of staat met bereidheid.


Je zegt, het was nog niet ingewikkeld. Is het dat nu wel?

Mediators zullen ondernemend moeten zijn, maar de vraag is of ze dat echt wel zijn. In de beroepsgroep van mediators zijn veel mensen terechtgekomen in een ondernemende rol, terwijl ze daar weinig kennis van hebben. Dat ondernemen komt er eigenlijk bij. Men kiest wel bewust voor mediation, of coaching, of arbitrage, maar niet voor het runnen van de toko. Dat gaat niet alleen over een btw-aangifte en het sturen van facturen, maar ook over: hoe ga ik netwerken, hoe zet ik mijn bedrijf neer, wat voor doelgroep heb ik, welke keuzes maak ik? Ik denk dat daar nog veel slagen in gemaakt kunnen worden.


Wie moet dat doen?

Primair geloof ik in eigen verantwoordelijkheid. En ik denk dat kwaliteitsregisters en opleiders hier ook een belangrijke rol in kunnen spelen. Het ADR-register heeft het mentoraat ontwikkeld. Dat is een manier om beginnende mediators twee jaar lang te begeleiden. Het is tevens een exameninstrument. Het appelleert aan de werkgeest van de mediator, aan een drive om te zeggen: een goede concurrent is beter dan een slechte concurrent, laten we bijdragen aan elkaars leerproces.


Een goede concurrent is beter dan een slechte concurrent, laten we bijdragen aan elkaars leerproces

Vertel eens iets over dat mentoraat.

Ons mentoraat bestaat sinds 2017 en is bedoeld als begeleidings- en exameninstrument. Wat we nu zien is dat bij het ontbreken van de erkenning door de Raad voor Rechtsbijstand, mensen er nog steeds voor kiezen de MfN-erkende examens te doen, zodat ze hun route richting de Raad openhouden. Zodra die erkenning van het ADR-register door de raad er echt is, dan zul je zien dat meer mensen voor onze variant gaan kiezen. Het levert meer op voor mediators. Ze krijgen twee jaar lang feedback over hun functioneren en doorlopen ten minste zes mediations. Een register heeft een verantwoordelijkheid bij te dragen aan een leerproces. Wij zien dat anders dan hoe de MfN dat ziet. Het kan toch niet waar zijn dat wanneer iemand een kennistoets doet, en je een video van 45 minuten maakt, dat je dan opeens een gekwalificeerd mediator bent? Je hebt dan nog niets bewezen, je hebt nog geen vlieguren gemaakt, helemaal niets!


Daar heeft de MfN vervolgens de onderhoudseisen voor.

Die hebben wij ook en daar gaat het niet om. De vraag is: hoe word je mediator? De attitude van de MfN is: wij zijn het kwaliteitsregister, wij zijn top of the bill, the best. En ik zeg: dat is toch heel bijzonder. Want je laat mensen toe waarvan je niet eens weet wat ze gedaan hebben. Je weet niet of ze ervaring hebben. En die maak je in één klap van niets tot alles. De logische leercyclus is: je neemt mensen mee. Als we dan mediation aanvliegen vanuit het juridische beroepskwalificatieperspectief – want dat is denk ik de lijn die de MfN propagandeert – kijk dan naar de advocatuur of het notariaat. Daar heb je een leerperiode, een patronaat, dat duurt drie jaar. Wat zou dan maken dat een leerperiode bij het worden van mediator niet nodig is?


Het ADR-register kent associate en full certified mediators. Kun je dat uitleggen?

Wie associate certified mediator wordt hoeft geen ervaring aan te tonen, wie full certified mediator wordt wel. Je mag maximaal vijf aaneengesloten kalenderjaren associate zijn. Dan ga je door naar full certified of je gaat eruit. De ervaring om de full status te bereiken kun je opdoen tijdens het tweejarige mentoraat, waarin je ten minste zes mediations doet.
De variant om associate te worden is specifiek bedoeld om kennis te maken met de certificering, en geeft je gelegenheid je praktijk op te bouwen. Het is een leermodel.


Zorgt het register voor die zes mediations tijdens dat mentoraat?

Nee, daar zorgen wij niet voor, dat is jouw eigen verantwoordelijkheid als mediator. Zo ervaart de mediator binnen de veilige setting van het mentoraat wat nodig is om opdrachten te krijgen.


Is dat niet het eeuwige probleem, dat beginnende mediators niet makkelijk aan hun eerste mediations komen?

Dat doet een appel op de verantwoordelijkheid van de full mediators. En op die van andere mediators.


Ik denk ook dat wij prima met de MfN zouden kunnen samenwerken. Maar ik ervaar een bestuurslaag die volstrekt vastzit

Moeten de mediators met de full status beginnende co-mediators meenemen?

Dat is niet verplicht. Maar het levert wel punten op in ons continuing professional development program (wat elders PE-punten heet). Het is geen raar idee om het verplicht te stellen. Om eerlijk te zijn vind ik het storend dat er zo weinig aan kennis- en vaardighedenoverdracht wordt gedaan vanuit de individuele praktiserende mediators. Een volwassen beroepsgroep moet zich daarvan bewust zijn. Een goed samenspel tussen registers en opleiders zou moeten maken dat je nieuwkomers daarin begeleidt.


Even terug naar het MfN-register. Je vertelde net bijna romantisch over hoe het bij het vroegere NMI was. Wat vind je van het huidige MfN-register?

De goede kant ervan is dat het zou beogen er voor iedereen te zijn. Dat is wellicht inbegrepen in het woord ‘federatie’. Een federatie van beroepsverenigingen. Maar ik denk dat de MfN meer mensen níét dan wél vertegenwoordigt – met alle respect. Er zitten zes organisaties in die federatie. Daarvan zijn er drie gemarginaliseerd; die vertegenwoordigen niet of nauwelijks mediators. Als je kijkt naar de vFAS als partner, moet je constateren dat er meer vFAS’ers niet dan wel bij het MfN-register zijn aangesloten. De jonge generatie vFAS’ers heeft geen enkele behoefte toe te treden tot de MfN.

Ik zie een organisatie die gegijzeld is in haar eigen belangen. En die niet effectief is en er ook niet in slaagt om in rapport te komen met het grootste gedeelte van de beroepsgroep. De MfN houdt zichzelf gegijzeld in een beeld van één mediator, één beroep en één procesdoctrine. Er is maar één type mediator en dat is de MfN-mediator.

Ik geef je een voorbeeld. De hele wereld spreekt over municipality mediators, wij noemen dat buurtbemiddelaars. De relatie tussen mediators en buurtbemiddelaars in Nederland is niet goed; die zijn gebrouilleerd. Dat is volgens mij een bewijs dat de MfN niet werkt naar insluiting, maar naar uitsluiting.


Hoe is de MfN gegijzeld in haar eigen belangen? En wat zijn die belangen?

Haar belang is zichzelf in stand houden.


Maar wiens belang is dat dan, dat van de beroepsverenigingen?

Dat is interessant. De beroepsverenigingen varen hun eigen koers. In de doelstelling van de MfN staat duidelijk dat ze namens de beroepsgroep, en dus met één mond, wil spreken. Dan is het toch bijzonder om te zien dat als er een reactie van de MfN wordt ingediend op de ophanden zijnde wetgeving over mediation, dat er dan een reactie van de vFAS wordt ingediend die daar haaks op staat. En dat dan ook nog de NMv met een reactie komt, en het NIP. Ik geloof niet in half werk. Als je zegt dat je een federatie bent, dan spreek je namens de beroepsgroep met één mond. Nu ziet niemand door de bomen het bos meer.


Je vindt dat de federatie niet goed functioneert?

In dat opzicht niet nee. Daarmee zeg ik niet dat alles verkeerd is. Maar als je naar een aantal kritische processen kijkt, is ze in de afgelopen vijf jaar dat ze bestaat niet in staat geweest om bij haar eigen doelstellingen aan te komen. Dus kun je je afvragen of het huidige management wel effectief is. Ik denk dat dat niet zo is op dit moment. Bij de MfN zitten voor negentig procent enthousiaste, integere mensen. Ik denk ook dat wij prima met de MfN zouden kunnen samenwerken. Maar ik ervaar een bestuurslaag die volstrekt vastzit.


Tot 1 september 2011 was je zelf mediator. Toen stond je in het NMI-register. Heb je ooit overwogen om vanuit het bestaande register een verandering te realiseren?

Hier zit iemand die heel bewust, samen met een aantal andere mensen, ervoor heeft gekozen een ADR-register op te richten. De naam zegt het al, het is geen mediationregister. Wij denken dat het behoorlijk kansloos is om als register alleen voor mediation te gaan. Het is een typisch Hollandse benadering om overal zuiltjes van de maken. In onze optiek heb je rechtspraak, en al het andere. Conflictcoaching, mediation, arbitrage, negotiation, dat is het hele spectrum van ADR dat nauw verbonden is. Buiten Nederland heeft iedereen het over ADR, en hier hebben we die zuilen gecreëerd. Onze overtuiging is dat dat een zinloze route is. Wij hebben voor ‘al dat andere’ een parapluregister gemaakt.

Ik vind het ontzettend belangrijk dat het spectrum van ADR zich als een totaal presenteert. Mediation is daar een onderdeel van. Vanuit die benadering kun je mensen zeggen: als je iets hebt, kun je naar de rechter of je kunt een alternatieve route kiezen. En als je daarbinnen de weg niet weet, begin dan eens bij een conflictcoach. Die kan je adviseren welke methodiek en welke professional erbij past. Er is veel behoefte aan een ADR-register en niet aan een tweede mediatorsregister. Door de mediatorsberoepsgroep wordt het ADR-register gezien als tweede mediatorsregister, maar zo zien wij onszelf niet.

Het kan ook goed samengaan. Het is heel goed denkbaar dat je binnen dit parapluregister certificeert tegen de criteria van de MfN. Maar dan kom ik terug bij mijn opmerking dat de MfN een gegijzelde organisatie is. De MfN ziet dat heel simpel: zij heeft een monopolie. Dat monopolie is uitbesteed aan het SKM. Het SKM is de enige organisatie die bevoegd is om te toetsen. Vervolgens is er een monopolie op het Handboek Mediation. Het handboek is zaligmakend en andere theorieën worden niet toegelaten. Vervolgens heeft de MfN bepaald dat er maar één examenorganisatie is die kan toetsen, en dat is Intop. Het is volstrekt dichtgetimmerd en ondoordringbaar. En als je dan op persoonsniveau gaat kijken, dan zie je dat er een aantal sleutelfunctionarissen zijn die overal langdurig feitelijk de alleenheerschappij hebben.


Wie bedoel je?

Ik noem er bewust één. Als je kijkt naar de positie van Hugo Prein in het beroepenveld van mediation, weet ik dat hij een grote invloed heeft op de inhoud van het Handboek Mediation. De toetsmatrijs, voor zowel kennis als vaardigheden, is de matrijs van Hugo en hij heeft daarmee ook een grote vinger in de pap als het gaat om de examinering. Je komt hem overal tegen. Ik zeg niet dat het goed of fout is. Ik zeg alleen wel: mediation is breder dan alleen de opvattingen en de leer van Hugo.


Dus je zegt, als ik het goed hoor, dat de definitie van wat mediation is en wat een mediator moet kunnen, te zeer gekaderd wordt door de MfN?

Dat niet alleen. Certificeren betekent toetsen tegenover vooraf bekende criteria die objectiveerbaar zijn, die een reproduceerbaar proces opleveren. Het kenmerk van certificeren wereldwijd is dat je een aantal toezichthouders hebt, zoals bijvoorbeeld ISO, en dat andere organisaties die toetsen uitvoeren tegen de opgestelde normen. Wat ik bedoel met de gijzeling van de MfN is dat de MfN zegt: wij zijn een federatie van beroepsorganisaties, we zijn een register, we zijn de examenorganisatie. Alles in één. Nu is het zo dat de SKM feitelijk afhankelijk is van de MfN. De MfN maakt het beleid en de SKM is de uitvoerder. Dat is niet hoe certificeren werkt en zo richt je geen kwaliteitsregister in.


Jij zou dat willen lostrekken? Zodat jij ook tegen die standaarden kunt certificeren?

Absoluut. En dat heb ik besproken met de MfN. In het kader van de erkenningsprocedure bij de Raad voor Rechtsbijstand heeft Justitie helder aangegeven dat die er niet op zit te wachten dat Jan en alleman om erkenning gaan vragen. Maar het kan ook anders. Wij zijn niet de eerste, en we zullen ook de laatste niet zijn, die aan de MfN vraagt: erken ons als certificeringsinstantie, naast het SKM. Cruciaal hierbij is: het is voor ons geen doel op zich om de titel ADR full certified mediator te leveren. Er is wat ons betreft ruimte om mediators te certificeren tegen de scope van MfN-mediator. Waarbij de MfN toezicht houdt of wij dat correct doen. Maar dat is voor de MfN onbespreekbaar. Men is niet bereid haar eigen intern verstrekte monopolie op te geven, en dat zegt alles over haar onafhankelijkheid en de integriteit van haar toetsingsprocessen. Alles is intern gericht. In gewoon Nederlands, bij de MfN is het: wij van wc-eend. Er zit geen extern toezicht op. Justitie controleert niet, niemand houdt toezicht.


Erken ons als certificeringsinstantie, naast het SKM

Zou het voor de markt van afnemers van mediation verwarrend kunnen zijn als er meerdere kwaliteitsregisters bestaan?

Natuurlijk is dat niet verwarrend. In Duitsland zijn er drie mediationregisters. Dat gaat hartstikke goed. Als je naar niet-juridische beroepen in Nederland kijkt, zijn er ook vaak meerdere registers. Neem makelaars. Daarvoor zijn meerdere registers en dat gaat uitstekend.


Gaat het niet ten kosten van de herkenbaarheid, van een beroep dat zichzelf überhaupt nog aan het vestigen is?

Ik vind het een interessante vraag is of het een beroep is.


Zeg het maar.

Het zou een beroep kunnen worden. Maar zoals het nu gaat in Nederland, is mediator zeker geen beroep. Omdat er zoveel verdeeldheid is. Er zijn zoveel verschijningsvormen die haaks op elkaar staan, en elkaar ook nog onderling bestrijden, dat het niet als eenduidig beroep te communiceren is. De realiteit is dat op dit moment nagenoeg niemand zodanig veel werk als mediator kan binnenhalen om van het mediatorschap te kunnen leven. Er zijn er een aantal bij wie dat wel lukt. Maar de harde realiteit is, anno 2019, dat mediation voor het merendeel van de beroepsbeoefenaars een professionele nevenactiviteit is. En er is geen consent over de inhoud van het beroep.

De bekendheid van de MfN is vooral te danken aan de erkenning door de Raad voor Rechtsbijstand. Die erkenning hebben wij nog niet. Maar die zit eraan te komen. Die had er 1 januari 2019 moeten zijn, maar is nu vertraagd.

Mediation is voor het merendeel van de beroepsbeoefenaars een professionele nevenactiviteit

Waarom is het vertraagd?

Omdat er één organisatie is die meent overal bezwaar tegen te moeten maken. En die werkelijk geen middel uitsluit om te voorkomen dat het ADR-register wordt erkend. Justitie ziet ook liever niet dat er allerlei partijen erkend worden. En als ik eerlijk ben, begrijp ik dat best. Stel nu dat je per vandaag één register voor mediators wilt hebben, dan kan dat per vanavond. Als de MfN en het ADR – dan roep ik even arrogant dat dat nu de twee grootste registers zijn – besluiten om hun mediators zichtbaar te maken in één gezamenlijk register, dan kan dat. Je zou ervoor kunnen kiezen dat de verantwoordelijke organisaties op één plek al hun mediators tonen. En dan laat je even in het midden of die mediators gelijkwaardig gecertificeerd zijn. Dan heb je één register.


En over vijf jaar komt er weer een nieuw register, dat zich afzet tegen het monopolie van dat ene register. Dan ben je terug bij af.

Hier zit een overtuigd liberaal. Dat is de markt. Wat is het voor een perverse gedachte dat je iemand die iets begint waar markt voor is, van de markt zou moeten duwen? Er zitten inmiddels negenhonderd man in het ADR-register die daar klaarblijkelijk tevreden mee zijn. En dat aantal groeit.


Wat zijn hun overwegingen om voor het ADR te kiezen?

Een veelgehoord argument is dat ze zich welkom voelen omdat ze na de opleiding kunnen instromen en begeleiding ervaren van het mentoraat. Een ander veelgehoord argument is dat wij die hele scope aanbieden. Veel mediators ervaren dat opdrachtgevers vaak geen mediationopdracht willen geven, maar wel behoefte hebben aan mediationtechnieken. Of dat ze tegen een partij aanlopen die het niet weet, en eerst conflictbegeleiding wil. Mensen zijn geïnteresseerd in die brede scope. De plannen van minister Dekker zetten hier ook op in. Daarin staat: er is iets dat moet worden opgelost, kies wie dat gaat doen op een zo efficiënt mogelijke manier.


Levert een ADR-certificering meer werk op dan een MfN-certificering?

Nee, maar het levert je wel meer mogelijkheden op. Je kunt je bij ADR bijvoorbeeld registreren als conflictcoach, mediator en negotiator. Je moet voor alle drie kwalificeren, maar die weg staat wel open.


Zou je dan willen stimuleren dat een mediator meerdere disciplines beheerst?

Ja, absoluut. Dat is het hele idee van het ADR-register. Dat je niet alleen mediator bent, maar een zo breed mogelijke ADR-scope hebt. Je ziet dat de meeste mediators, op basis van hun kennis en ervaring, ook kwalificeren als conflictcoach. Dat betekent dat je kunt schuiven en je je opdracht anders kunt aanvliegen.

Mijn verwachting is dat een mediator een intelligente mix van registraties en lidmaatschappen aangaat die bij zijn zaken past. In mijn optiek zouden mediators, waarvan de meeste zelfstandig opereren, een helder beeld moeten hebben over wat hun onderneming inhoudt, wat hun doelgroep is en hoe ze aan werk komen. Ik vraag me af of de meeste überhaupt wel serieuze doelstellingen hebben, behalve dat ze een goede mediator willen zijn.


Het hele idee van het ADR-register is dat je niet alleen mediator bent, maar een zo breed mogelijke ADR-scope hebt

Je vindt mediation geen beroep. Gaat mediation nog een echt beroep worden?

Persoonlijk geloof ik niet dat het een echt beroep gaat worden, zoals huisarts of notaris. Het is zodanig multidisciplinair inzetbaar dat het zich zo niet laat beetpakken. Ik zie mediation als een set technieken en procedures die je integreert en implementeert in andere processen. Daar zit de meeste groeiruimte en daar zit ook de kans om het preventief in te zetten.


Eerder uitte je kritiek op het Handboek Mediation. Van welke literatuur maakt de kennistoets van het ADR gebruik?

In Nederland zijn dat op dit moment nog het Handboek Mediation van Prein en anderen, en de Toolkit Mediation, van Manon Schonewille. Dat laatste vinden wij een significant beter boek dan het handboek. En daarnaast nog enkele boeken over juridische vaardigheden.


Is de toets inhoudelijk anders?

Wij stellen ook vragen over de mediator en diens markt, wat meer ondernemingsgerichte vragen dus. Per saldo is de toets in Nederland niet zo heel veel anders dan die van de MfN. Bij ons kun je de toets online doen en kies je je eigen datum en tijd. Het is ook goedkoper want het is onderdeel van het inschrijfgeld. Onze Engelstalige toets is serieus leuker, omdat we daar niet gehinderd worden door dat handboek. Er komt inhoudelijk veel meer aan de orde. Wij erkennen overigens ook andere kennistoetsen. Wij krijgen nogal wat mensen die op een andere plek al een kennistoets gedaan hebben. Het gaat erom dat de mediator bewijst voldoende kennis te hebben, niet dat je als verplichte winkelnering onze toets hebt gedaan.


Hoeveel mensen zijn internationaal aangesloten bij het ADR-register?

We zitten momenteel in veertien landen. We hebben negenhonderd aangesloten mensen in het Nederlands taalgebied. In totaal is staan er tweeduizend mensen in het ADR-register. De ambitie is groei. Het is nooit af.

Beginnende mediators weten het ADR-register inmiddels wel te vinden. Die zeggen: ik heb jullie ontdekt, maar ik heb het niet van mijn opleider gehoord. Mensen komen bij ons aan met het nieuwe handboek en zeggen: joh, er staat maar één alinea in over het ADR-register. En daar staan dan in dat jullie voortkomen uit de maritieme business, hoe zit dat? Dan zeg ik tegen die mensen: als je het leuk vindt, stuur ik je even een bericht van Hugo Prein door. Dan lees je dat hij het ADR-register niet relevant genoeg vindt en dat het geen plek heeft in het handboek. En dan zeg ik weer: dit is de gijzeling van het MfN-systeem.


Is het nadrukkelijk je bedoeling een internationaal register te zijn?

Absoluut, Nederland is te klein. Er is een beperkte verdiencapaciteit, niet alleen binnen mediation, ook bij arbitrage. Wij vragen € 97,50 per jaar, ex btw. Dat is niet veel geld. Onze werkwijze is dat wij certificeren en registreren binnen beroepsgroepen waar geen wettelijke normen of anderszins internationale certificeringsstandaarden gelden. Die ontwikkelen we zelf. Dat zijn groepen die over het algemeen klein zijn of een beetje in de verdrukking zitten. Dat betekent dat we volume moeten realiseren, want de schoorsteen moet hier natuurlijk wel roken. Wij halen zo’n negentigduizend euro op in Nederland. Meer is er niet in Nederland, dus moet je het buiten Nederland halen. Ik voel me ook meer Europeaan dan Nederlander.


Wil je tot slot nog iets kwijt?

Ja. Zie dit interview als een open uitnodiging. Het ADR-register bestaat enerzijds al zeven jaar en is anderzijds bij mensen volstrekt onbekend, ook bij jou. Bedenk dat veel dingen die over ADR-register gezegd worden a priori niet waar zijn. Veel mensen zijn bij voorbaat al negatief, zonder kennis te hebben. Wij zeggen: wees nieuwsgierig, onderzoek, scheid feiten en meningen.

Judith Stoop is MfN-mediator in arbeidszaken bij Geschikt Mediation. Ze zit in het bestuur van de beroepsvereniging voor arbeidsmediators (VAN) en is redactielid van dit tijdschrift.