‘Met praten kun je ook je doel bereiken’

Jan Otter, Toezicht en Handhaving Ede

INTERVIEW

DOOR LAURA WENNEKES BEELD TOEZICHT EN HANDHAVING EDE

Jan Otter werkt al 33 jaar bij Toezicht en Handhaving in Ede en is een handhaver in hart en nieren. Van milieu-inspecteur tot jachtopzichter en boa-teamcoördinator, hij is het allemaal geweest. Sinds twee jaar is hij beleidsmedewerker Toezicht en Handhaving in de openbare ruimte en officieel geen boa meer. ‘Ik mis het werk op straat wel.’

Als beleidsmedewerker is Otter onder meer verantwoordelijk voor het Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving Ede 2019-2023. Per thema, zoals ‘afval’, ‘evenementen’ en ‘drank- en horecawetgeving’, worden de situatie, rolverdeling en aanpak beschreven. ‘Eerlijk gezegd mis ik het werk op straat wel, maar de kracht is dat ik weet hoe het in de praktijk werkt. Ons team wordt aangestuurd door mensen uit het vak. Het is heel belangrijk om je verhaal kwijt te kunnen en te kunnen sparren en spiegelen met iemand die weet hoe het voelt,’ legt Otter uit.


In al die jaren is er veel veranderd in het werk als handhaver. Ede is volgens Otter een voorloper geweest op het gebied van buitengewoon opsporingsambtenaren. Al in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw werden er speciale ambtenaren vanuit de gemeente ingezet om toezicht te houden op groen en milieu, de zogeheten milieuwachten. Otter was een van die milieuwachten. Van hondenpoepboetes en het verkeerd aanbieden van afval op straat tot de zware milieudelicten in het buitengebied, zoals illegaal lozen van gier in de sloot. ‘Dat was eigenlijk de start van waar we nu zijn met boa’s. Veel gemeenten zijn pas met ambtenaren in toezicht en handhaving begonnen met de stadswachten, maar bij ons was dit al een normale zaak.’

In 1993 werd de gemeentepolitie afgeschaft en kwamen de boa’s in beeld, voornamelijk in de vorm van stadswachten. ‘De boa werd destijds eigenlijk bedacht om opsporingstaken die de politie niet meer deed over te nemen en toezicht te houden op kleine ergernissen,’ aldus Otter. ‘Maar het werk als opsporingsambtenaar is in de loop der jaren veranderd, we zijn als boa niet alleen bezig met het opsporen en bekeuren van overtredingen. Het daadwerkelijk gebruik van die bevoegdheden speelt eigenlijk maar een kleine rol. We zeggen wel hoe kleiner, hoe beter. Liever tien boetes uitdelen dan duizend. Het gaat om het resultaat, zoals het verbeteren van de wijk en het voorkomen dat delicten worden gepleegd.


‘Liever tien boetes uitdelen dan duizend, het gaat om het resultaat’
‘Als je in de buurt bekend bent, roept dat minder agressie op’

Wat is er veranderd sinds stadswachten hebben plaatsgemaakt voor handhavers?


‘Ongeveer tien jaar geleden zijn de stadswachten verdwenen en de boa’s als handhavers de straat op gegaan. Sindsdien is sprake van professionalisering en verbetering van het imago. Het gaat meer om wijkgericht nadenken in een team van handhavers of een wijkteam. Voor boa’s zelf is dat soms nog wennen, zij hebben soms nog het gevoel van “ik ben op straat en moet bekeuren”, maar dat is het uiterste middel, met praten en een waarschuwing kun je ook je doel bereiken.’


Kun je een voorbeeld geven?


‘Boa’s worden erop uitgestuurd omdat er in een wijk auto’s in het gras geparkeerd staan. Die kun je bekeuren, maar waarom staan die auto’s daar in het groen? Misschien is er een parkeerprobleem en moet je dat gaan oplossen. Het is een simpel voorbeeld, maar je moet als handhaver buiten je werkgebied stappen en anderen erbij betrekken. Ander voorbeeld: in een smalle straat hadden bewoners zelf besloten op een van de twee stoepen met de wielen op de stoep te parkeren. Zodat aan beide kanten geparkeerd kan worden, maar ook nog de brandweer erdoor kan en een van de stoepen vrij bleef voor rolstoelen en kinderwagens. Dan kun je als boa gaan bekeuren óf meedenken en kijken of dit een goede oplossing is. Het klinkt een beetje soft, maar dat is de basis: ga het gesprek aan.’


De boa’s in Ede werken 'integraal', wat houdt dat in?


‘Dat betekent ten eerste dat iedere melding door iedere boa kan worden opgepakt en er niet zoals gebruikelijk in domeinen wordt gewerkt. Ten tweede wordt een melding of probleem ‘zo integraal mogelijk aangevlogen’, in samenwerking met andere partijen in het veiligheidsgebied zoals politie en wijkteams. Ook investeren we in Ede veel in jeugdboa’s die integraal werken met de wijkagent en jongerenwerkers om overlast terug te dringen en te voorkomen dat jongeren ontsporen. Dus niet alleen zeggen dat we last van ze hebben op straat, maar achterhalen waarom ze overlast veroorzaken en ze in contact brengen met hulp. Ze werken meer aan de voorkant. Het is ook belangrijk dat je als boa een gezicht krijgt en mensen je kennen. Als je in de buurt bekend bent, roept dat minder agressie op.’


Hebben boa’s in Ede dan veel te maken met agressie?


‘Je zit in een werkveld en een setting waarin je dingen af wilt dwingen, soms moet je toch bekeuren of aanhouden en dat kan uit de hand lopen. Bij ons zijn het gelukkig echt uitzonderingen en de keren dat het gebeurt zijn jaarlijks op twee handen te tellen. Het toepassen van geweld bij een aanhouding blijft bij kleine incidentjes. Maar er zijn een aantal ernstige situaties geweest die uit de hand liepen waarbij boa’s in de knel hebben gezeten. Ze zijn opgewacht, aangevallen, kregen klappen en raakten gewond. Die boa’s hebben veel schade opgelopen, vooral mentaal. Daar zijn we heel erg van geschrokken als gemeente. We sturen ze als werkgever de straat op en daar ben je verantwoordelijk voor, net als voor de juiste uitrusting van je mensen. Je moet veilig kunnen werken en je kunnen verdedigen als je in zo’n situatie komt. Werkgevers, leidinggevenden en besturen staan huiverig tegenover bewapening. Dat begrijp ik, het is onbekend terrein en daar zit je niet altijd op te wachten, maar tegelijkertijd zet je iemand op straat met een opdracht die uit de hand kan lopen. De geweldsbevoegdheid krijg je als boa, maar die wapenstok in de meeste gevallen niet.’


‘Een boa die goed is uitgerust is zelfverzekerd, dan ben je veel weerbaarder’

In Ede toch wel?


‘Dat klopt, de wapenstok hebben wij behouden. Maar de toewijzing moet binnenkort worden verlengd en ik ben bang dat het dan wordt afgewezen door de direct toezichthouder. Die kijkt naar hoe vaak je hem hebt moet gebruiken om te staven of het nodig is. Wij gebruiken de wapenstok nauwelijks om mee te slaan, maar zetten hem in om mensen op afstand te houden. De toezichthouder ziet het anders en zegt “Je hebt hem niet hoeven gebruiken dus je hebt hem ook niet nodig.” Zo ook met pepperspray. Het is feitelijk een middel tot aanhouding en bij ons is de aanvraag afgewezen omdat we te weinig aanhoudingen verrichten. Slechts zeven in één jaar, als we er nou zeventig hadden meegesleept hadden we wel pepperspray gekregen. We zijn juist trots op het lage aantal aanhoudingen, want dat betekent dat je op een andere manier kon ingrijpen of de aanhouding hebt kunnen uitstellen tot de politie er was. Maar dat is niet altijd mogelijk in een gevaarlijke situatie, het kan uit de hand lopen en dan moet je je kunnen verdedigen. Dat is een hele andere benadering. Met pepperspray verandert onze rol op straat niet.’


Moet er dan wat veranderen in de toewijzing?


‘Juridisch is het dus al mogelijk om per gemeente middelen toe te kennen, alleen de praktijk staat haaks op hoe het ministerie van Justitie en Veiligheid ernaar kijkt. De noodzaak moet blijken uit hoe vaak bevoegdheden actief worden gebruikt. De politie heeft als direct toezichthouder een stem in het advies en die heeft de neiging geweldsmiddelen niet meer toe te kennen, blijkt vanuit andere gemeenten. In G40-verband is daar overleg over en we zijn aan het inventariseren hoe het er precies voor staat. Wij zijn er sterk voorstander van dat de lokale driehoek de afweging maakt in plaats van de toezichthouder. En dan op basis van criteria als opleiding, aansturing en organisatie achter de boa. Niet op cijfers van aanhoudingen. Er wordt nu gekeken naar incidenten bij het toekennen van middelen, wij kijken ernaar vanuit de verantwoordelijkheid als werkgever. En in Groningen wordt bijvoorbeeld heel anders aangekeken tegen handhaving dan in Ede, maar daarom is juist dat lokale oordeel van de driehoek zo belangrijk.’


Heeft de bewapeningsdiscussie niet te veel de overhand als het om boa’s gaat?


‘Je kunt de bewapening eigenlijk niet als losse discussie voeren, het is onderdeel van de rol en de taak van de boa. Het gaat om goed werkgeverschap. In de basis gaat het erom: gemeente, wat wil je dat een boa doet op straat? Bij een integrale rol werkt de handhaver ook ’s nachts en in het buitengebied en gaat op potentieel gevaarlijke situaties af. Het hangt bovendien sterk af van de politie-inzet in een gemeente. In Ede vallen bijvoorbeeld de horeca en jeugdgroepen onder boa’s en niet onder de politie. We hebben een goede samenwerking met de politie, helemaal top. Met evenementen wordt de inzet in gezamenlijk overleg tactisch bekeken (bijvoorbeeld met Oud en Nieuw, de boa’s schalen op tot 20.00 uur en de politie erna) juist om te voorkomen dat boa’s in een bepaalde situatie terechtkomen, maar je kunt het nooit helemaal voorkomen. Zeker met het handhaven van de drank- en horecawetgeving en wildplassen kom je als boa in een setting die tot escalatie kan leiden. Dan kun je geweldsmiddelen nodig hebben om je te verdedigen.’


Er zijn ook nogal wat tegenstanders.


‘Je moet natuurlijk niet zomaar alle boa’s gaan bewapenen, maar dat is ook niet de bedoeling. Je moet er de juiste opleiding en aansturing voor hebben. Het geweldsmiddel moet passen bij de situatie en de rol van de boa. Alles bij elkaar moet je als werkgever een goede afweging maken en ook nog kijken naar individuen in het team. Bijvoorbeeld een oudere boa die bepaalde bevoegdheden niet meer uitvoert, heeft geen wapens nodig. Een boa die goed is uitgerust, is zelfverzekerd, je ziet een professional staan. Dan ben je veel weerbaarder.

Boa’s mogen wel geweld toepassen, maar krijgen in de meeste gevallen geen geweldsmiddelen. Wat als het zo verder gaat? Verdwijnt straks ook de geweldbevoegdheid? Het gevolg is dat de boa minder ingezet kan worden. Bijvoorbeeld bij nachtdiensten en evenementen moet afgeschaald worden en is er weer meer politie nodig. Daar moeten we goed over nadenken.’


Tot slot, was het vroeger beter?


‘Vroeger was er echt minder weerstand en agressie tegen handhavers, aan de andere kant is het taakveld veel interessanter en uitdagender. Het is niet te vergelijken met dertig jaar geleden, het is moeilijker, maar de uitdaging is groter. Punten van zorg zijn dat boa’s nu ook veel op verwarde personen worden afgestuurd, een totaal nieuw terrein dat veel impact heeft. En het is moeilijk om als gemeente goede boa’s te krijgen. Als je ze hebt, ben je ze zo weer kwijt, dat komt vooral door de lage salariëring.’



‘Met pepperspray verandert onze rol op straat niet’