‘Wat ik hier elke dag leer en meemaak, daar kan geen kantoorbaan tegenop’

Frank Westheide, boa in Haarlem

OP PAD MET

DOOR NIOBE MOEN

Het is een zonovergoten dag aan het eind van de zomer. Gemeente.nu loopt op met Frank Westheide, boa in Haarlem, en vraagt hem het blauwe vest van het lijf over zijn stijl van handhaven én de issues van de stad. ‘De problematiek van lachgas nemen we heel serieus.’

Tweeënhalf jaar geleden werd Westheide integraal handhaver in de Noord-Hollandse hoofdplaats. Hij mag dan pas 23 jaar zijn, de jaren op straat leverden hem al heel wat levenslessen op. ‘Wat ik hier elke dag leer en meemaak, daar kan geen kantoorbaan tegenop. Elke dag is anders en een uitdaging.’


Met menselijke maat

Al wandelend vanaf zijn thuisbasis, het stadskantoor waar het team van handhavers huist, vervolgt Westheide zijn verhaal. ‘Jeugdoverlast en horeca zijn de thema’s die er voor mij uitspringen. Wat me vooral aantrekt in het vak? Het gesprek aangaan met mensen, dát vind ik belangrijk. Het is heel makkelijk om te zeggen: jij staat fout geparkeerd, dus je krijgt een boete. Juíst het onderbouwen waarom iemand daar niet mag staan, omdat er hulpdiensten langs moeten of door de overlast die het geeft, vind ik belangrijk. We hebben bijvoorbeeld veel te maken met dak- en thuislozen of personen met een alcoholprobleem. Mensen die toch al niet goed tegen uniform of autoriteit kunnen. Dan is het juist handig om eerst te praten voordat je zegt: je moet nu weg of je krijgt een bekeuring. Daarnaast houd ik van de hulpverlening die je biedt. Iemand met een rolstoel even thuisbrengen of als een probleem met jeugdoverlast in een wijk tóch in goed overleg is opgelost.’


Onderweg wordt zijn menselijke stijl van handhaven zichtbaar als hij in de Barteljorisstraat twee keer iemand aanspreekt die fietst waar dat niet mag: ‘Dag mevrouw, wist u al dat je hier niet mag fietsen?’ Ook wijst hij de weg naar een museum: ‘Je bent soms net een gids.’


Toename van agressie

Minder leuk vindt hij de toename van agressie, een landelijke trend die ook aan Haarlem niet voorbijgaat. ‘Het zijn vaak de aanhoudingen die indruk maken.’ Zoals die keer bij een noodoproep van een medehandhaver, zijn collega bleek knock-out geslagen en de dader was er nog. ‘Dan is het verstand op nul en ren je voor je collega.’ Er ontstond een worsteling, waarbij Westheide naar z’n nek werd gegrepen en de politie de man met pepperspray naar de grond werkte. Bang is hij op zo’n moment niet. ‘Maar zo’n extreem moment blijft je wel bij.’


Stijging gebruik en verkoop lachgas

Een van de issues in de stad van ruim 161.000 inwoners, naast onderwerpen als afvaloverlast en fietsenproblematiek, is de verkoop van lachgas tijdens evenementen. ‘Begin 2018 merkten we dat het gebruik van lachgas toenam. Vonden we de patroontjes na vrijdag- en zaterdagavond op parkeerplaatsen. Iets later dat jaar, tijdens het evenement Haarlem Jazz, merkten we echt een stijging van de verkoop van lachgas rondom het terrein. Dit voorjaar tijdens Bevrijdingspop was het zelfs booming. Jongeren kwamen met enorme literflessen aan om lachgas te verkopen. Op het nabijgelegen Houtplein lagen honderden gebruikte ballonnetjes. We zagen ook de schade. Jongeren van soms vijftien, zestien jaar die gebruikten, tegen een brug hingen en een paar seconden out gingen. Telkens als ik dacht ‘nu moet ik ingrijpen’, kwamen ze weer overeind en gingen ze vrolijk verder. Zonder énig besef van de risico’s.’


Lessen van het lachgasverbod

Deze zomer viel het collegebesluit voor een verbod op verkoop van lachgas tijdens evenementen, ook rondom het terrein. Een aanwijsbesluit op het venten vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening. ‘Dat betekende eindelijk handvatten voor handhaving,’ zo vertelt Westheide als we aankomen bij de Grote Markt, het plein voor het stadhuis waar het muziekevenement Haarlem Jazz afgelopen augustus plaatsvond. ‘Focussen op verkoop, afval en overlast, dat werd de afspraak samen met politie. Dus: actief aanspreken, bekeuren en in beslag nemen.’


De eerste drie dagen namen de handhavers onder andere een aantal flessen in beslag en deelden ze verschillende bekeuringen uit voor venten, weggooien van patronen en veroorzaken van overlast met ballonnen. ‘Op zaterdag, de vierde en drukste dag, merkten we ineens resultaat: er was bijna geen incident. Het ging van mond tot mond: "hier moet je niet meer zijn". Er was minder groepsbinding - mensen gebruiken vaak samen - en minder overlast en verstoring van de openbare orde. Omdat we er zo dicht op zaten, boden we geen ruimte.’


Haarlem heeft inmiddels een collegevoorstel in de maak dat het gebruik van lachgas aan banden wil leggen. Hoe dit precies wordt ingevuld, is nog niet duidelijk. ‘Maar het geeft wel aan hoe serieus we dit probleem nemen.’


'Het probleem lachgas nemen wij heel serieus'