Belangrijke stappen in wetgeving

REGELS

DOOR LAURA WENNEKES BEELD HOLLANDSE HOOGTE

Burgemeesters hebben sinds 1 januari door een wijziging van de Opiumwet een ruimere sluitingsbevoegdheid voor drugspanden. De aanpassing is het eerste onderdeel van de zogenoemde ondermijningswetgeving die in werking is getreden.

Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid geeft met de nieuwe wet uitvoering aan zijn plan van aanpak voor ondermijning. ‘We worden bijna dagelijks geconfronteerd met georganiseerde criminaliteit die onze samenleving ondermijnt. Door gevaarlijke drugslabs midden in woonwijken, door bedreiging van bestuurders en door vermenging van onder- en bovenwereld. De aanpak hiervan zie ik als een van mijn belangrijkste opdrachten,’ aldus Grapperhaus. De daarbij behorende ‘ondermijningswetgeving’ is een verzamelnaam voor meerdere wetsvoorstellen, reeds lopend en nieuw. Een aantal onderdelen hiervan heeft betrekking op gemeenten.


Sluitingsbevoegdheid burgemeester

De wijziging van de Opiumwet verruimt de bevoegdheid van een burgemeester om een pand of woning te sluiten in verband met drugshandel of -productie verruimt. Dat mag voortaan ook als voorwerpen of stoffen worden aangetroffen die duidelijk bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs. Voorheen mocht dat alleen als er daadwerkelijk drugs werden aangetroffen. Ook is er een wetsvoorstel in de maak om de Gemeentewet te wijzigen, zodat burgemeesters ook sluitingsbevoegdheid krijgen in geval van woningbeschietingen of het aantreffen van wapens.


Gegevensverwerking

Een ander onderdeel van de ondermijningswetgeving waarmee gemeenten te maken krijgen is het wetsvoorstel Gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS), dat het delen van informatie binnen samenwerkingsverbanden als veiligheidshuizen moet vergemakkelijken. De adviezen na de (internet)consultatie worden nog verwerkt. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) had als bezwaren onder meer dat er onduidelijkheden in het voorstel zaten; teveel uniformering en dat het element ‘zorg’ er niet in terugkomt. Hierdoor komt er volgens de VNG geen oplossing voor de nodige informatie-uitwisseling op het snijvlak van zorg en veiligheid.


Ook wil Grapperhaus tegemoetkomen aan de wens van gemeenten om meer gegevens te kunnen delen onderling en met partners. Uitgangspunt is 'om overheden maximaal in staat te stellen om een effectieve bijdrage aan de integrale aanpak van ondermijning te leveren. Een van de hoofdthema's hierbij is intra-gemeentelijke gegevensdeling'. Grapperhaus maakt zich wel zorgen over 'de bevoegdheidsverdeling tussen het openbaar bestuur enerzijds en de opsporings- en vervolgingsautoriteiten anderzijds'. En hij vraagt zich af hoe deze informatiedeling verenigbaar is te maken met de Algemene verordening gegevensbescherming. Daarom heeft hij advies aan de Raad van State gevraagd.


Uitbreiding Wet Bibob

Daarnaast krijgen gemeenten meer mogelijkheden tot onderzoek naar ondermijning door een uitbreiding van de Wet Bibob (bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur). Op grond daarvan kan de aanvraag van een subsidie of vergunning worden geweigerd en een verleende beschikking worden ingetrokken. Door de wetswijziging mag bijvoorbeeld ook de zakelijke omgeving van een bedrijf of persoon onderzocht worden. Ook wordt Bibob-onderzoek straks mogelijk bij alle overheidsopdrachten. Nu is dit nog beperkt tot de sectoren bouw, ICT en milieu. Het voorstel is goedgekeurd door de ministerraad, na advies van de Raad van State is het Wetsvoorstel wijziging Bibob aangepast en ingediend bij de Tweede Kamer.


De rol van boa’s

Bij de aanpassing van wetgeving is er ook aandacht voor de rol van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) bij het voorkomen, signaleren en aanpakken van ondermijning. Zij moeten in de beleidsregels ‘een algemene bevoegdheid krijgen om signalen van ondermijning buiten het domein van hun eigen opsporingsbevoegdheid te melden aan collega’s van het desbetreffende domein’, schreef Grapperhaus aan de Tweede Kamer.


Het idee om boa’s ambtsedig proces-verbaal op te laten maken voor feiten waarvoor zij niet opsporingsbevoegd zijn, is door de minister afgekeurd. ‘In overleg met gemeenten heb ik reeds vastgesteld dat het niet wenselijk is.’ Verder geeft Grapperhaus aan dat hij met enkele gemeenten in gesprek is om de rol van boa’s bij de aanpak van ondermijning nader te verkennen. De verwachting is dat die gesprekken in het voorjaar zijn afgerond.