Op zoek naar patronen die iets kunnen zeggen

ZICHT OP ONDERMIJNING

DOOR MAURITS VAN DEN TOORN

De looptijd van de City Deal Zicht op ondermijning wordt verlengd tot en met 30 juni 2021. Het is een initiatief om ondermijnende criminaliteit preventief aan te pakken met behulp van data-analyse. ‘Een hele goede methode die is gebaseerd op een verantwoorde statistische benadering,’ vindt expert Ulco van de Pol.

De City Deal is een samenwerking tussen Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Tilburg (namens de B5 gemeenten Breda, Den Bosch, Eindhoven, Tilburg en Helmond) en Utrecht, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de politie, het OM en drie ministeries (Financiën, Justitie &Veiligheid en Binnenlandse Zaken). Van de Pol, onder meer privacyadviseur voor de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit BZK/ICTU en voorzitter van de Commissie Persoonsgegevens Amsterdam, legt uit hoe het werkt: ‘Bij de City Deal vinden analyses plaats op basis van CBS-gegevens en informatie uit andere bronnen, zoals het Kadaster. Er wordt onderzoek gedaan naar patronen die iets kunnen zeggen over ondermijnende activiteiten zoals vastgoedfraude.’


Niet onnodig lastigvallen

‘Vervolgens,’ vertelt hij, ‘leg je de inzichten uit de analyses voor aan domeinexperts, die daarop reageren vanuit hun praktijkervaringen. Zij geven aan wat hen opvalt of wat er ontbreekt. Je zet zo mensen en middelen efficiënt en effectief in en het heeft ook als voordeel dat je burgers die er niets mee te maken hebben niet onnodig lastigvalt.’


De City Deal heeft onder regie van het CBS toegang tot bestanden die zijn versleuteld door pseudonimisering. ‘Dat wil zeggen dat de gegevens met een sleutel en met bijzondere autorisatie alleen door het CBS te herleiden zijn – dit in tegenstelling tot anonimisering, dan kun je niets herleiden.’ Het gaat bij dit alles alleen om aanwijzingen waarmee een gemeente beter gericht toezicht en controle kan uitoefenen, gebaseerd op de opgedane inzichten.


“Door deze manier van werken komt de privacy niet in het geding”

Grotere trefkans

Door deze manier van werken komt de privacy niet in het geding, verzekert Van de Pol. ‘Er is een waterscheiding tussen persoonsgegevens en abstracte informatie, het gaat nooit om herleidbare personen. Voor de opsporing heeft dat als nadeel dat het niet concreet is. Ik was als toezichthouder op de privacy ook niet tegen het maken van dergelijke profielen, juist omdat het voorkomt dat je nodeloos mensen lastigvalt. In de hoek van de sociale zekerheidsfraude blijkt uit dergelijk patronenonderzoek dat je een grotere trefkans hebt als je op basis van zo’n profiel verder onderzoek gaat doen.’


Driedeling en schemergebied

De City Deal is maar één middel in de strijd tegen ondermijning, vertelt Van de Pol. Want er zijn naast de aanpak van de City Deal ook de Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC’s) met onder meer de politie en de Belastingdienst, en de Taskforce Brabant Zeeland. Deze hebben allemaal hun eigen manieren van werken.


Je hebt eigenlijk een driedeling, legt hij uit. ‘Aan de ene kant zitten het CBS en de City Deal die geen persoonsgegevens hebben, aan de andere kant zit de strafvorderlijke opsporing die dat bij uitstek wél zoekt en gebruikt. Daartussenin bevindt zich een schemergebied waarin niet precies duidelijk is wat het openbaar bestuur wel en niet mag doen. Het is een terrein dat in ontwikkeling is. De Taskforce heeft daarom het voorstel voor een "Brabantwet" bij minister Grapperhaus neergelegd.’ Een belangrijk punt daarin, zegt Van de Pol, is dat de burgemeester meer bevoegdheden krijgt voor het handhaven van de rechtsorde en het voorkomen van criminaliteit.


Vrijwillige basis

‘Als hij die bevoegdheden heeft, kan hij meer informatie verzamelen en wordt duidelijker wat er in dit schemergebied wel en niet mag.’ Dan gaat het om informatie en inlichtingen die bedrijven – denk aan autoverhuurders of beheerders van kleine vliegvelden – niet verplicht zijn te geven. Van de Pol: ‘We moeten bereiken dat ze dat op vrijwillige basis wél doen in situaties waarin duidelijk is dat het in aller belang is.’